Archief
Persberichten 2005
Nieuws
    november 2005
    oktober 2005
    juni 2005
    maart 2005
 
KustMail
Maandelijks nieuws over beleid en beheer
 
 

 

   
Nieuws voor Vrienden van Kust&Zee
 
Europese paling mag niet uitsterven

Europese vissers en natuurorganisaties moeten samen voorkomen dat de Europese paling uitsterft. Net als Nederlandse vissers vreest ook de EECONET Alliantie, een samenwerkingsverband van Europese natuurorganisaties, voor het voortbestaan van de soort, die alleen in Europa voorkomt. De EECONET Alliantie steunt daarom de samenwerking die in het Nederlands Aalcomité is ontstaan tussen sport- en beroepsvissers, onderzoekers en natuurorganisaties. De Kustvereniging (EUCC) neemt mede namens de Alliantie deel aan het Aalcomité.

Het comité, dat op 4 april van start is gegaan, wil haar eigen verantwoordelijkheid nemen en de regie van het Nederlandse aalbeleid op zich nemen. Voorzitter van het comité is de Europarlementariër Albert-Jan Maat. Het doel van het Aalcomité is om in het komende half jaar een Nederlands beheersplan voor de paling op te stellen.

Ambassadeur van de Europese natuur
De Europese paling of Aal staat zwaar onder druk. Uit onderzoek blijkt dat de aalstand de laatste jaren drastisch afneemt. De meest recente evaluatie van de Europese aalstand laat zien dat de aalstand zich niet langer binnen de veilige biologische grenzen bevindt en dat drastische maatregelen, zowel op Europees als nationaal niveau, nodig zijn om de aal voor uitsterven te behoeden. Opstelling van een internationaal herstelplan wordt vanuit wetenschappelijk oogpunt aanbevolen. Zolang dat plan nog niet volledig ingevoerd is, is voorgesteld maatregelen te nemen om de negatieve effecten van de visserij en de overige factoren (aalscholvers, migratiebarrières, habitatverlies, waterkrachtopwekking) tot het laagst mogelijke niveau te beperken. Het Nederlandse voorzitterschap van de EU heeft het aalprobleem internationaal veel hoger op de agenda gezet, waardoor op dat niveau nu snel voortgang verwacht wordt.
De EECONET Alliantie heeft de Aal uitgeroepen tot Ambassadeur van de Europese natuur. De dieren leggen tijdens hun leven vele duizenden kilometers in zee af, voordat ze in de kust- en binnenwateren komen en vervolgens weer de zee opgaan voor hun voortplanting. Die levensloop laat de verbondenheid zien tussen de Europese natuurgebieden, zowel te land als op zee. Deze verbondenheid staat centraal in het Europees ecologisch netwerk van gebieden (EECONET).

Nederlands noodplan
Het Nederlandse Aalcomité gaat met spoed een plan van aanpak opstellen voor een Nederlands Beheerplan Aal, welk voldoet aan internationale verplichtingen voortvloeiende uit ondermeer het Europees Gemeenschappelijk Visserijbeleid en de Europese Kaderrichtlijn Water. Het op te stellen beheerplan omvat een visserijplan van de gehele binnenvisserijsector. Tevens worden er voorstellen gedaan voor de benodigde Nederlandse vangstregistratie, monitoring, handhavingaspecten, onderzoek ten aanzien van migratieknelpunten (waaronder waterkrachtcentrales), habitatverlies en sociaal-economische aspecten. Tenslotte wil het comité een politiek en maatschappelijk draagvlak creëren voor de opstelling en invoering van een Aal-herstelplan.
Het Aalcomité vraagt de Nederlandse overheid, als voorzitter van Europese Visserijraad tot 1 juli 2005, zich politiek in te zetten om andere Europese lidstaten ertoe te bewegen ook voortvarend aan de slag te gaan met de opstelling van hun eigen nationale beheerplannen, en de Europese Commissie ertoe te bewegen de internationale coördinatie nu zo spoedig mogelijk vorm te geven.

De Kustvereniging heeft een palingdossier op internet geplaatst in www.kustgids.nl/dossier-paling, algemene informatie over de paling is te vinden op www.kustgids.nl/paling
Voor nadere informatie: Marijke Kooijman, Kustvereniging, tel. 071 5122900

 
Bijvangst van bruinvissen

Bijvangst blijkt de grootste bedreiging te zijn voor bruinvissen in de Nederlandse wateren. De bruinvis is een kleine dolfijnensoort die ongeveer anderhalve meter groot wordt. In het verleden was de bruinvis redelijk algemeen voor de Nederlandse kust. Onderzoek door Naturalis aan vers aangespoelde bruinvissen in de periode 1990-2000 toont aan dat voor tenminste de helft van deze dieren bijvangst de doodsoorzaak is. De vraag is nu door welke typen visserij de bijvangst veroorzaakt wordt en wat hier aan gedaan kan worden. Nynke Osinga, verbonden aan het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden (CML), heeft hier onderzoek naar gedaan. In haar scriptie schrijft zij dat uit Denemarken, Duitsland en Engeland bekend is dat met name door staandwantvisserij bruinvissen de dood vinden.

Staandwantvisserij is een passieve vorm van visserij met behulp van staande netten. Nederlandse vissers passen deze techniek weliswaar ook toe, maar de bijvangst lijkt hier niet zo groot te zijn. De Nederlandse staandwantvisserij gebruikt netten met kleinere mazen, waardoor de kans kleiner is dat bruinvissen erin verstrikt raken. Daarnaast liggen de netten die gebruikt worden voor het bevissen van tong vaak plat op de bodem. Vissers die deze vorm van visserij toepassen zeggen zelf nooit bruinvissen te vangen. Naast staandwantvisserij wordt in de Nederlandse sector gevist met behulp van sleepnetten (trawlvisserij) in de waterkolom (pelagische trawlvisserij) of over de bodem (boomkorvisserij). Bij pelagische trawlvisserij worden veel grotere (zwevende) netten gebruikt (60 tot 120 meter) dan bij boomkorvisserij. Bovendien worden de netten bij pelagische visserij met grotere snelheid door het water gehaald en wordt gevist op prooisoorten van de bruinvis. Dit zijn factoren die de bijvangst van bruinvissen verhogen. Pelagische trawlers vissen echter voornamelijk in buitenlandse wateren. De vraag is dan ook of zij wel verantwoordelijk zijn voor het Nederlandse bijvangstprobleem. Over de oorzaak van bijvangst van bruinvissen door visserij in Nederland kunnen nog geen conclusies getrokken worden. Tot die tijd is het dan ook moeilijk om efficiënte maatregelen te treffen om bijvangst te voorkomen.

In haar rapport pleit Osinga voor een verplichte melding van bijvangst door vissers, interviews met vissers en monitoring op schepen waarvan een hoge bijvangst kan worden verwacht. Deze maatregelen zouden er toe bijdragen om het bijvangstprobleem in Nederland goed in kaart te brengen, waarna verdere maatregelen kunnen volgen.
Meer informatie: Centrum voor Milieukunde Leiden, n.osinga

 
Walvissen herkennen met “Europhlukes”

Wereldwijd worden Walvisachtigen (walvissen, dolfijnen en bruinvissen)-populaties ernstig bedreigd. Om deze populaties te kunnen beschermen, is kennis over de aantallen dieren, hun leefomgeving en hun migratiepatronen nodig. Het Europhlukes project, dat in 2001 werd opgezet met financiële steun van de Europese gemeenschap, wil deze kennis verkrijgen door het gebruik van foto-identificatie. Foto-identificatie is een van de minst ingrijpende manieren om kennis te verkrijgen over grote zeezoogdieren. Europhlukes, dat in oktober 2004 is afgerond, heeft een foto-identificatie systeem en database ontwikkeld voor Europese Walvisachtigen, waarin aan de hand van visuele kenmerken, zoals de staartrand en kleurpatronen, gevonden kan worden waar en wanneer een individuele walvis eerder gefotografeerd is. De Europhlukes database vormt een zo infrastructuur, die gebruikt kan worden bij het monitoren en onderzoeken van Cetacea en hun leefgebieden.
Informatie: www.europhlukes.net

 
Rare visvondsten op de Nederlandse kust

In het begin van dit jaar zijn er al elf jonge maanvissen aangespoeld op de Belgische en Nederlandse kust. Alhoewel er volgens Naturalis nog geen waterdichte verklaring is voor het hoge aantal strandingen kan de warme winter van afgelopen winter er toe hebben geleid dat jonge maanvissen zich noordelijk hebben begeven dan normaal. Hevige stormen zouden de oorzaak van de strandingen kunnen zijn. De grootste maanvis had een afmeting van 110 bij 130 cm en de kleinst aangetroffen maanvis had een afmeting van 40 bij 58 cm. Voor meer informatie: www.natuurinformatie.nl. Een andere zeldzame vondst betreft de zeldzame reuzenhaai die op 11 december vorig jaar bij Petten aanspoelde. Het ging hierbij om een vrouwtje van een gewicht van ongeveer 250 kilo. De reuzenhaai maakt tegenwoordig deel uit van de vaste collectie van Fort Kijkduin waar het dier tentoongesteld is tezamen met materiaal dat het Fort in bruikleen heeft van Naturalis. Ondanks hun afschrikwekkende grootte zijn reuzenhaaien totaal ongevaarlijk. Hun dieet bestaat uit plankton dat ze uit het zeewater zuiveren door water langs hun kieuwspleten te filteren. Voor meer informatie: www.fortkijkduin.nl

 
Blaasjeskrab rukt op

De Blaasjeskrab (Emigrapsus sanguineus) wordt steeds algemener langs de Nederlandse kust. Het krabbetje werd voor het eerst in Nederland waargenomen in 2000. Daarna is het dier een tijd lang niet gezien, maar in 2003 en 2004 zijn verschillende populaties gevonden in de westelijke Oosterschelde, bij Hoek van Holland en Texel. De Blaasjeskrab is oorspronkelijk afkomstig uit Azië. De krab heeft een vierkant rugschild met een (vrijwel) rechte voorrand en drie tanden aan de zijkant. Op de scharen van het mannetje bevindt zich een bolle, lederachtige blaas aan de basis van de beweegbare vinger. Het rugschild heeft een symmetrisch patroon van bruinrode tot zwarte spikkels op een lichte, gelige achtergrond. De blaasjeskrab leeft vooral hoog in de getijdenzone en is dus ook goed waar te nemen door bij laag water stenen om te keren. www.krabben.net

 
Tweede Maasvlakte blokkade voor slib en larven

Het kabinet moet het plan voor een Tweede Maasvlakte bij Rotterdam grotendeels herzien. De Raad van State heeft dat op 26 januari beslist. In het besluit van het kabinet is onvoldoende rekening gehouden met de gevolgen voor de natuur. Deze uitspraak is opmerkelijk, omdat jarenlang met natuurorganisaties is onderhandeld over natuurcompensaties.

Toch waren onder meer Shell Nederland Raffinaderij, de Westelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (WLTO), de Nederlandse Vissersbond, de Stichting Natuur en Milieuwacht en de Vereniging voor Natuur en Milieubescherming Noordrand Rotterdam het niet eens met de plannen van het kabinet en hebben de zaak aangespannen. Uit de MER voor de Tweede Maasvlakte volgt dat de kustzone een belangrijke rol speelt in de migratie van eieren en vislarven van paaigebieden naar opgroeigebieden. Veel soorten paaien op open zee, terwijl de opgroeigebieden in de kustzone en estuaria (met name de Waddenzee) liggen.

De aanleg van een Tweede Maasvlakte betekent een blokkade in de transportzone langs de kust. Ten noorden van de Tweede Maasvlakte wordt de transportzone hierdoor naar verwachting verbreed. Het effect van een verbreding van de transportzone op het transport van eieren en larven is volgens het MER nog onvoldoende onduidelijk. Het kabinet heeft het echter niet aannemelijk gevonden dat vervolgonderzoek naar de gevolgen van verminderde slib- en vislarventoevoer voor de Waddenzee meer duidelijkheid zou kunnen geven. Dit is in strijd met artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. De Zuid-Hollandse Milieufederatie ontkent dit echter. Zij vindt dat de gevolgen voor de Waddenzee zo goed mogelijk zijn onderzocht. 'Kennelijk is dat niet genoeg opgeschreven of aangedragen richting de Raad', aldus een woordvoerder. Minister Peijs (Verkeer en Waterstaat) en minister Dekker (VROM) zullen de beslissing van de Raad ter harte nemen, maar verwachten niet dat de uitbreiding van de Rotterdamse haven weer jaren wordt vertraagd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   
 
Inhoud maart 2005
   
Europese paling mag niet uitsterven
Bijvangst van bruinvissen
Walvissen herkennen met “Europhlukes”
Rare visvondsten op de Nederlandse kust
Blaasjeskrab rukt op
Tweede Maasvlakte blokkade voor slib en larven

 

foto Ron Offermans