Archief
Persberichten 2005
Nieuws
    november 2005
    oktober 2005
    juni 2005
    maart 2005
 
KustMail
Maandelijks nieuws over beleid en beheer
 
 

 

   
Nieuws voor Vrienden van Kust&Zee
 
De strijd tegen bijvangst van walvisachtigen

Bijvangst in visnetten vormt een belangrijke doodsoorzaak voor bruinvissen en andere walvisachtigen. Om de bijvangst van walvisachtigen te beperken heeft de Europese Commissie besloten om akoestische afschrikmiddelen, ook wel pingers genoemd, verplicht te stellen. Dit gaat gelden voor visserijtakken waarin gebruik wordt gemaakt van stilstaande visnetten. Op verschillende data gaat in (delen van) Europa deze verplichting in en worden pingers verplicht gesteld voor alle visserijschepen van 12 meter en langer. Op de Noordzee is deze verplichting op 1 juni 2005 ingegaan.

De bijvangst van bruinvissen mag maximaal 1,7% van de totale populatie bedragen, zoals is vastgelegd op de ASCOBANS-conventie van 1991 (internationale overeenkomst tussen landen die grenzen aan de Noordzee en Baltische Zee). Naar schatting verdrinken jaarlijks ongeveer 7000 bruinvissen in visnetten in de Noordzee, volgens voorzichtige schattingen 3 – 4% van de totale populatie. Pingers zijn apparaten die met een bepaald interval een ultrasoon signaal uitzenden, waarmee walvisachtigen worden geweerd. Het interval en de toonhoogte mogen variëren binnen de EU-regelgeving. De uitgezonden frequentie moet in ieder geval goed hoorbaar zijn voor bruinvissen.

De EU-regelgeving is gebaseerd op een rapport van de ‘International Council for the Exploration of the Sea’ (ICES). De ICES-commissie beschouwt het gebruik van pingers als een kortetermijnoplossing en wijst op de noodzaak om de effectiviteit te monitoren. Verschillende walvisachtigen hebben een verschillend gehoorbereik, waardoor niet elke pinger geschikt is om alle soorten walvisachtigen weg te jagen. Onder andere het gehoorbereik van bruinvissen en tuimelaars ligt zo ver uiteen, dat bij gebruik van een voor tuimelaars geschikte pinger gehoorschade bij bruinvissen in theorie mogelijk is. In ernstige gevallen kan de bruinvis er zelfs aan overlijden. , , Daarnaast speelt gewenning een rol. Hoewel de effectiviteit van pingers op de korte termijn lijkt te zijn aangetoond, suggereert onderzoek in Amerika dat er na verloop van tijd gewenning optreedt voor de ultrasone signalen.

Het is zeer positief dat de Europese Commissie zich het lot van de walvisachtigen heeft aangetrokken en vertaald heeft in een duidelijke verplichting voor de vissers. Hopelijk gaat zij door op de ingeslagen weg; door het monitoren van de effectiviteit op korte termijn en ondertussen door te blijven zoeken naar een meer structurele oplossing voor de bijvangst van dolfijnen in visnetten.

De Kustvereniging ondersteunt onderzoek naar de werking van pingers en, bij bewezen effectiviteit, de toepassing ervan. Zie www.nauticlink.com

 
Kustvereniging bij Congres Walvisachtigen

Nynke Osinga en Marije Siemensma hebben het Centrum voor Milieukunde Leiden en de Kustvereniging vertegenwoordigd op het 19e jaarlijkse congres van de European Cetacean Society (de Europese Walvisachtigen Vereniging) dat in april 2005 plaatsgevond in de Franse kustplaats La Rochelle. De ECS stelt zich tot doel om wetenschappelijke studie naar en het behoud van zeezoogdieren te promoten en te coördineren en om informatie te verzamelen en te verspreiden onder de leden en het grote publiek. Het thema van de conferentie was dit jaar “zeezoogdieren en voedsel: van organismen naar ecosystemen”. Onderwerpen die tijdens de conferentie aan de orde zijn gekomen zijn:

  • internationale samenwerking tussen netwerken die aangespoelde zeezoogdieren verzamelen en onderzoeken
  • de ontwikkeling van technieken om bijvangst te reduceren (www.savewave.net)
  • monitoring en labellen (www.europhlukes.net)
  • de instelling van een ethisch advies comité

De volgende conferentie zal in 2006 in Polen zijn, in de stad Gdynia. Het zal de 20e jaarlijkse bijeenkomst zijn. De ontmoetingsplek voor de conferentie van 2007 is nog niet bepaald. Mogelijk zal de conferentie van 2008 in Nederland worden georganiseerd.

 
Potvissenstrandingen in relatie tot zonneactiviteit

De laatste paar decennia is het aantal strandingen van potvissen in het gebied rond de Noordzee toegenomen. Onderzoekers van de Universiteit van Kiel hebben een opvallende relatie tussen zonneactiviteit en het stranden van potvismannetjes rond de kusten van Nederland, Duitsland, Denemarken en Engeland gevonden. Een actieve zon (met veel zonnevlekken en uitbarstingen die een geomagnetische storm opwekken) kan het aardmagnetisch veld verstoren. Walvissen, waaronder potvissen, maken voor hun oriëntatie gebruik van het aardmagnetisch veld. De onderzoekers vonden een correlatie van 90% tussen strandingen van potvissen en zonnecycli die korter waren dan de gemiddelde cyclus van 11 jaar.
http://news.bbc.co.uk

 
Dolfijnen wijzen mogelijk op verstoord evenwicht

Steeds vaker duiken er dolfijnen op voor de Nederlandse kust. Prachtig voor de liefhebbers, maar er ligt een ernstige ontwikkeling aan ten grondslag, waarschuwen deskundigen. Door de opwarming van de Noordzee is het ecosysteem ernstig in de war. Onderzoeken naar de dolfijnenstand in de zuidelijke Noordzee leverden opmerkelijke resultaten op. De verwachting was dat het aantal zou dalen, vooral omdat de dieren verstrikt kunnen raken in de netten. Het tegendeel lijkt waar: het aantal dolfijnen is juist flink gegroeid. Onderzoeker en bruinvisdeskundige Mardik Leopold van Alterra Texel, noemt de toestand ‘alarmerend’. Volgens de onderzoeker trekken de dieren naar het zuiden van de Noordzee op zoek naar voedsel. Waarschijnlijk ligt het probleem bij de opwarming van de golfstromen tussen Schotland en IJsland. Daardoor komt het dierlijke plankton eerder tot bloei dan vroeger. Omdat de timing van het plantaardige plankton niet is veranderd, komt het dierlijke plankton in de problemen. Ook vissen die van het dierlijke plankton leven, krijgen het daardoor moeilijk. Dat heeft zijn weerslag op grotere vissen, watervogels, zeehonden en dolfijnen. Volgens Leopold gaat het om een verstoring van het hele ecosysteem van tientallen en mogelijk honderden diersoorten. www.alterra.wur.nl

 
Het ecosysteem in de Noordzee verandert

In het juninummer van het informatieblad van het Vlaams Instituut voor de Zee ‘De Grote Rede’ staat een uitgebreid overzichtsartikel, over de gevolgen van de opwarming van de Noordzee voor de Flora en de Fauna, geschreven door Francis Kerckhof en Jan Seys. Sommige planktonsoorten hebben zich meer dan 1000 km noordwaarts verplaatst. Aangenomen wordt, dat dit doorwerkt in het hele ecosysteem en dat bijvoorbeeld de achteruitgang van zeevogels die op de Schotse kliffen broeden hiermee samenhangt. Er zijn voorlopig nog geen aanwijzingen dat er echt al soorten verdwenen zijn als gevolg van de opwarming of het binnendringen van nieuwe soorten uit het zuiden. Hoogstens zijn de aantallen en het verspreidingsgebied gewijzigd. Mogelijk zijn er effecten op commercieel belangrijke soorten, zoals kabeljauw, garnaal, schol e.a., terwijl de zuidelijke soorten commercieel gezien vaak minder interessant zijn. Verder is te verwachten dat minder mobiele, zeldzamere soorten, die gebonden zijn aan zeer specifieke omstandigheden de dupe worden van de klimaatverandering, terwijl opportunistische soorten zich wel een plekje zullen veroveren. Voor de zeewetenschappers blijken nog veel vragen onbeantwoord over de gevolgen van de voorspelde verdere temperatuurstijging.
De Grote Rede: www.vliz.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   
 
Inhoud juni 2005
   
De strijd tegen bijvangst van walvisachtigen
Kustvereniging bij Congres Walvisachtigen
Potvissenstrandingen in relatie tot zonneactiviteit
Dolfijnen wijzen mogelijk op verstoord evenwicht
Het ecosysteem in de Noordzee verandert

 

foto FIRMM