|
|
| |
|
| Nieuws
voor Vrienden van Kust&Zee |
|
|
 |
De strijd tegen bijvangst van walvisachtigen |
| Bijvangst in visnetten vormt een
belangrijke doodsoorzaak voor bruinvissen en andere walvisachtigen.
Om de bijvangst van walvisachtigen te beperken heeft de Europese
Commissie besloten om akoestische afschrikmiddelen, ook wel pingers
genoemd, verplicht te stellen. Dit gaat gelden voor visserijtakken
waarin gebruik wordt gemaakt van stilstaande visnetten. Op verschillende
data gaat in (delen van) Europa deze verplichting in en worden
pingers verplicht gesteld voor alle visserijschepen van 12 meter
en langer. Op de Noordzee is deze verplichting op 1 juni 2005
ingegaan.
De bijvangst van bruinvissen mag maximaal 1,7% van de totale
populatie bedragen, zoals is vastgelegd op de ASCOBANS-conventie
van 1991 (internationale overeenkomst tussen landen die grenzen
aan de Noordzee en Baltische Zee). Naar schatting verdrinken jaarlijks
ongeveer 7000 bruinvissen in visnetten in de Noordzee, volgens
voorzichtige schattingen 3 – 4% van de totale populatie.
Pingers zijn apparaten die met een bepaald interval een ultrasoon
signaal uitzenden, waarmee walvisachtigen worden geweerd. Het
interval en de toonhoogte mogen variëren binnen de EU-regelgeving.
De uitgezonden frequentie moet in ieder geval goed hoorbaar zijn
voor bruinvissen.
De EU-regelgeving is gebaseerd op een rapport van de ‘International
Council for the Exploration of the Sea’ (ICES). De ICES-commissie
beschouwt het gebruik van pingers als een kortetermijnoplossing
en wijst op de noodzaak om de effectiviteit te monitoren. Verschillende
walvisachtigen hebben een verschillend gehoorbereik, waardoor
niet elke pinger geschikt is om alle soorten walvisachtigen weg
te jagen. Onder andere het gehoorbereik van bruinvissen en tuimelaars
ligt zo ver uiteen, dat bij gebruik van een voor tuimelaars geschikte
pinger gehoorschade bij bruinvissen in theorie mogelijk is. In
ernstige gevallen kan de bruinvis er zelfs aan overlijden. , ,
Daarnaast speelt gewenning een rol. Hoewel de effectiviteit van
pingers op de korte termijn lijkt te zijn aangetoond, suggereert
onderzoek in Amerika dat er na verloop van tijd gewenning optreedt
voor de ultrasone signalen.
Het is zeer positief dat de Europese Commissie zich het lot van
de walvisachtigen heeft aangetrokken en vertaald heeft in een
duidelijke verplichting voor de vissers. Hopelijk gaat zij door
op de ingeslagen weg; door het monitoren van de effectiviteit
op korte termijn en ondertussen door te blijven zoeken naar een
meer structurele oplossing voor de bijvangst van dolfijnen in
visnetten.
De Kustvereniging ondersteunt onderzoek naar de werking van pingers
en, bij bewezen effectiviteit, de toepassing ervan. Zie www.nauticlink.com
|
|
|
 |
Kustvereniging bij Congres Walvisachtigen |
Nynke Osinga en Marije
Siemensma hebben het Centrum voor Milieukunde Leiden en de Kustvereniging
vertegenwoordigd op het 19e jaarlijkse congres van de European
Cetacean Society (de Europese Walvisachtigen Vereniging) dat
in april 2005 plaatsgevond in de Franse kustplaats La Rochelle.
De ECS stelt zich tot doel om wetenschappelijke studie naar en
het behoud van zeezoogdieren te promoten en te coördineren
en om informatie te verzamelen en te verspreiden onder de leden
en het grote publiek. Het thema van de conferentie was dit jaar
“zeezoogdieren en voedsel: van organismen naar ecosystemen”.
Onderwerpen die tijdens de conferentie aan de orde zijn gekomen
zijn:
- internationale samenwerking tussen netwerken die aangespoelde
zeezoogdieren verzamelen en onderzoeken
- de ontwikkeling van technieken om bijvangst te reduceren
(www.savewave.net)
- monitoring en labellen (www.europhlukes.net)
- de instelling van een ethisch advies comité
De volgende conferentie zal in 2006 in Polen zijn, in de stad
Gdynia. Het zal de 20e jaarlijkse bijeenkomst zijn. De ontmoetingsplek
voor de conferentie van 2007 is nog niet bepaald. Mogelijk zal
de conferentie van 2008 in Nederland worden georganiseerd.
|
|
|
 |
Potvissenstrandingen in relatie tot
zonneactiviteit |
De laatste paar decennia is het aantal
strandingen van potvissen in het gebied rond de Noordzee toegenomen.
Onderzoekers van de Universiteit van Kiel hebben een opvallende
relatie tussen zonneactiviteit en het stranden van potvismannetjes
rond de kusten van Nederland, Duitsland, Denemarken en Engeland
gevonden. Een actieve zon (met veel zonnevlekken en uitbarstingen
die een geomagnetische storm opwekken) kan het aardmagnetisch
veld verstoren. Walvissen, waaronder potvissen, maken voor hun
oriëntatie gebruik van het aardmagnetisch veld. De onderzoekers
vonden een correlatie van 90% tussen strandingen van potvissen
en zonnecycli die korter waren dan de gemiddelde cyclus van 11
jaar.
http://news.bbc.co.uk |
|
|
 |
Dolfijnen
wijzen mogelijk op verstoord evenwicht |
Steeds vaker duiken
er dolfijnen op voor de Nederlandse kust. Prachtig voor de liefhebbers,
maar er ligt een ernstige ontwikkeling aan ten grondslag, waarschuwen
deskundigen. Door de opwarming van de Noordzee is het ecosysteem
ernstig in de war. Onderzoeken naar de dolfijnenstand in de zuidelijke
Noordzee leverden opmerkelijke resultaten op. De verwachting was
dat het aantal zou dalen, vooral omdat de dieren verstrikt kunnen
raken in de netten. Het tegendeel lijkt waar: het aantal dolfijnen
is juist flink gegroeid. Onderzoeker en bruinvisdeskundige Mardik
Leopold van Alterra Texel, noemt de toestand ‘alarmerend’.
Volgens de onderzoeker trekken de dieren naar het zuiden van de
Noordzee op zoek naar voedsel. Waarschijnlijk ligt het probleem
bij de opwarming van de golfstromen tussen Schotland en IJsland.
Daardoor komt het dierlijke plankton eerder tot bloei dan vroeger.
Omdat de timing van het plantaardige plankton niet is veranderd,
komt het dierlijke plankton in de problemen. Ook vissen die van
het dierlijke plankton leven, krijgen het daardoor moeilijk. Dat
heeft zijn weerslag op grotere vissen, watervogels, zeehonden
en dolfijnen. Volgens Leopold gaat het om een verstoring van het
hele ecosysteem van tientallen en mogelijk honderden diersoorten.
www.alterra.wur.nl
|
|
|
 |
Het ecosysteem in de Noordzee verandert |
In het juninummer van
het informatieblad van het Vlaams Instituut voor de Zee ‘De
Grote Rede’ staat een uitgebreid overzichtsartikel, over
de gevolgen van de opwarming van de Noordzee voor de Flora en
de Fauna, geschreven door Francis Kerckhof en Jan Seys. Sommige
planktonsoorten hebben zich meer dan 1000 km noordwaarts verplaatst.
Aangenomen wordt, dat dit doorwerkt in het hele ecosysteem en
dat bijvoorbeeld de achteruitgang van zeevogels die op de Schotse
kliffen broeden hiermee samenhangt. Er zijn voorlopig nog geen
aanwijzingen dat er echt al soorten verdwenen zijn als gevolg
van de opwarming of het binnendringen van nieuwe soorten uit het
zuiden. Hoogstens zijn de aantallen en het verspreidingsgebied
gewijzigd. Mogelijk zijn er effecten op commercieel belangrijke
soorten, zoals kabeljauw, garnaal, schol e.a., terwijl de zuidelijke
soorten commercieel gezien vaak minder interessant zijn. Verder
is te verwachten dat minder mobiele, zeldzamere soorten, die gebonden
zijn aan zeer specifieke omstandigheden de dupe worden van de
klimaatverandering, terwijl opportunistische soorten zich wel
een plekje zullen veroveren. Voor de zeewetenschappers blijken
nog veel vragen onbeantwoord over de gevolgen van de voorspelde
verdere temperatuurstijging.
De Grote Rede: www.vliz.be
|
|
|
|