| De rugstreepsteurgarnaal Palaemon macrodactylus
komt van oorsprong voor in de Grote Oceaan, bij Japan en Korea.
Van daaruit vond introductie plaats in Amerikaanse kustwateren,
waarschijnlijk via ballastwater van transportschepen. Na snelle
uitbreiding in Amerika wordt de soort nu ook gevonden langs de Europese
kust en in 2004 voor het eerst ook in België en Nederland.
Het wordt verwacht dat de garnaal, herkenbaar aan de witte rugstreep,
zich nog verder zal uitbreiden in onze streken. De rugstreepsteurgarnaal
zal in 2006, samen met andere mariene fauna, worden opgenomen in
het soortenregister. www.nederlandsesoorten.nl |
Op zaterdag 24 september werd de Vuurtoren
Ouddorp opgeroepen door het duikvaartuig Karin Rose van de Wrakduikstichting
de Roompot. Zij hadden zojuist een levende lederschildpad aangetroffen.
De schildpad was wel 2,5 meter lang en groot.
In eerste instantie werd de EHBZ gebeld doch deze konden geen
assistentie verlenen. Inmiddels werd via de Vuurtoren diergaarde
Blijdorp geinformeerd. De diergaarde Blijdorp kon eventueel de
schidlpad onderdak verlenen totdat zij weer gezond was.
De schildpad was gewond. Ze werd min of meer aangevallen door
meeuwen. Rondom de schildpad zwommem diverse dolfijnachtige dieren,
mogelijk bruinvissen. Helaas is de schildpad uit het zicht verloren.
De KNRM heeft nog gepoogd de schildpad te traceren. Dit is helaas
niet gelukt.
www.zeezoogdieren.org |
Het lijkt wel een kleine gepantserde
haai, de vis die door een beroepsvisser is gevangen in het Rotterdamse
havengebied. Onderzoekers van het Nederlandse Instituut voor Visserij
Onderzoek (RIVO) identificeren het dier als een paairijpe Siberische
steur, een primeur in Nederland.
‘Het is een bizarre vis’, zegt ir Erwin Winter, exotische
vissenexpert bij het RIVO. ‘Bijzonder zijn haar pantserdekschilden
op de rug en zijkant en het baardje. De vis heeft een lichaam
dat tegen een stootje kan, ze is heel wat kouder water gewend
in de rivieren van Noord-Siberië, haar oorspronkelijke habitat.
Het is onwaarschijnlijk dat dit exemplaar helemaal uit Siberië
is komen zwemmen, denken de experts. Winter: ‘Deze vissoort
is uitgezet in de Oostzee, en kan ook uitgezet zijn door sportvissers
in Nederland.’
Bijzonder is het grote formaat van de vis. ‘Tot nu toe
zijn er geen paairijpe steuren in Nederland gezien. Wel kleine
exemplaren van circa twintig tot veertig centimeter. Het zag er
dan ook naar uit dat ontsnapte siersteuren geen kans zagen in
onze wateren te overleven of zich voort te planten.’
De gevonden steur moet echter zo’n tien tot vijftien jaar
oud zijn, en zat vol met kuit. Het lijkt er daarom nu op dat de
Siberische steur wel degelijk langer kan overleven en zich zelfs
kan voortplanten in Nederlandse wateren. De steur is na het onderzoek
weer in het water terug gezet. Steuren kunnen wel honderd jaar
oud en vier meter groot worden.
Een andere type steur, de Atlantische steur, kwam van nature
veel in Nederland en Frankrijk voor, maar verdween als gevolg
van verslechterde waterkwaliteit en kanalisering van rivieren.
Voor de steur zou het goed zijn als de rivieren weer kunnen meanderen,
als getijdengebieden in ere worden hersteld, en grotere vistrappen
worden gebouwd, menen de onderzoekers van RIVO. Zowel de Atlantische
als Siberische steur voelt zich thuis in meanderende rivieren.
De vissen paaien in diepe buitenbochten. De jonge vissen trekken
naar zee om op te groeien.
Vorig jaar maakte het RIVO melding van een andere exoot, de knorrepos.
|