| |
|
| Nieuws
voor Vrienden van Kust&Zee |
|
|
 |
Bijna uitgestorven plant gevonden
op Vlieland |
In Nederland is een bijna uitgestorven
plant gevonden op Vlieland. Gevlekt zonneroosje is een plant die
in Nederland op het randje van uitsterven balanceert. De soort
is recent sterk achteruit gegaan. In 2007 zijn in de duinen van
Vlieland meer dan 50 exemplaren van deze zeer zeldzame plant aangetroffen.
De vondst werd gedaan tijdens een inventarisatieonderzoek van
vrijwillige plantwaarnemers van FLORON en de Friese Vereniging
voor Veldbiologie (FFF). De groeiplaats is nu de enige plek in
Nederland waar gevlekt zonneroosje voorkomt. In 2006 bleken er
op deze plek nog maar 4 exemplaren te groeien. Gevlekt zonneroosje
is een zuidelijke soort die in Nederland te vinden was in graslanden
in de duinen. Vooral op de waddeneilanden kwamen grote populaties
voor. De Stichting FLORON is de landelijke organisatie die zich
bezig houdt met het inventariseren (waar komen de soorten voor?)
en monitoren (hoe vergaat het de soorten in de loop van de tijd?)
van de wilde flora van Nederland. |
|
|
 |
Zeealant voor het eerst in Noord-Nederland |
Een medewerker van Rijkswaterstaat,
Bas Kers, heeft op vogeleiland Griend (Frl) de zeealant ontdekt.
Deze plant is niet eerder gezien in Noord-Nederland. De zeealant
is in augustus 2006 voor het eerst in Nederland aangetroffen in
de Kwade Hoek in Zuid-Holland, net als Griend in beheer bij Natuurmonumenten.
De dichtstbijzijnde, oorspronkelijke groeiplaatsen zijn te vinden
in Zuidoost-Engeland in de omgeving van Harwich. Verder komt de
plant voor in het Franse Bretagne en verder zuidwaarts tot in
het Middellandse zeegebied. Dit betekent dat een plantenzaadje
of wortelstok helemaal over de Noordzee is getransporteerd en
vervolgens de weg naar Griend heeft gevonden. Een afstand van
meer dan 300 kilometer! Waarschijnlijk heeft het plantendeel aan
de oostzijde via de grote slenk de kwelder bereikt om uiteindelijk
daar op een duinvoet zijn standplaats te vinden waar het kon ontkiemen.
De zeealant is een gele composiet die 30 tot 40 centimeter hoog
wordt. Van afstand lijkt de plant op heelblaadjes. Dichterbij
blijkt echter dat de plant vlezige blaadjes heeft die doen denken
aan een vetplant. De plant groeit op hoge kwelders of duinvoeten
op de overgang van zout naar zoet. De vrij forse plant staat op
Griend temidden van zandhaver, strandkweek, zeealsem en schorrekruid.
Natuurmonumenten hoopt dat deze mooie aanwinst voor de Nederlandse
flora zich in de toekomst verder uitbreidt. Het warmer wordende
klimaat zal voor de zeealant waarschijnlijk alleen maar positief
uitwerken. |
|
|
 |
Natuurprijs voor broedplaatsen inktvissen
in Oosterschelde |
| Natuurprijs 2007 voor vrijwillig werk
in de natuur gaat naar het Sepiaproject in de Oosterschelde. De
initiatiefnemers van het winnende project Felice en Joop Stalenburg
ontvingen uit handen van juryvoorzitter Ed Nijpels een cheque ter
waarde van 25.000 euro, de speciale legpenning en een reis naar
één van de African Parks. Dankzij het Sepiaproject
kunnen inktvissen zich veilig voortplanten met behulp van hutjes
van takken in de bodem van de Oosterschelde. De jury, bestaande
uit Drs. Ed Nijpels (voorzitter, Commissaris der Koningin Friesland),
Alicia Fentener van Vlissingen, Tannetta Fentener van Vlissingen,
Jan Bonjer (hoofdredacteur van het AD) en Jelle Harder (de winnaar
van vorig jaar), was verrast door het project en noemt het "bewonderenswaardig
dat twee mensen al hun vrije tijd besteden aan de bescherming van
inktvissen." Twee prijzen van elk 12.500 euro gaan naar de
Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland in Hoorn en naar het Educatief
Centrum bij vogelopvang in Woudenberg. Behalve de drie prijzen van
de jury was er ook een lezersprijs. Twintigduizend mensen brachten
hun stem uit en ook zij kozen voor het Sepiaproject. De geldbedragen
moeten worden besteed aan het eigen natuurproject of een ander natuurproject
in Nederland naar keuze. |
|
|
 |
Zeesponzen blijken creatieve 'loodgieters' |
Zeesponzen op de bodem van de Middellandse
Zee blijken zich intern te kunnen verbouwen, waarbij zij oude
structuren hergebruiken. Onderzoekers van Wageningen Universiteit
constateren dat instroomopeningen na de verbouwing zijn toegepast
als uitstroomopeningen en omgekeerd. Veranderende milieuomstandigheden
vormen de drijvende kracht achter het flexibele bouwplan voor
deze dieren die zich aan de bodem hebben vastgehecht en geen andere
locatie kunnen opzoeken. Het onderzoeksteam publiceert haar bevindingen
in Biology Letters van september. De zeespons reageert met de
ombouw op veranderingen in de omgeving, deels in gang gezet door
het verzamelen, transporteren en in een nieuw milieu laten uitgroeien
van de sponzen. Maar ook in Spanje vers verzamelde sponzen pleegden
verbouwingen, waarschijnlijk om de instroom van voedseldeeltjes
optimaal te maken aan de nieuwe omstandigheden. |
|
|
 |
Dodelijk virus bedreigt dolfijnen |
Een dodelijk virus bedreigt dolfijnen
en walvissen in de Middellandse Zee. Dit jaar zijn al meer dan
35 dode zeezoogdieren aangespoeld op de Spaanse kust. Volgens
de zaterdageditie van de Spaanse krant El Periódico de
Catalunya van 1 september werd bij enkele dieren een gevaarlijk
virus ontdekt. Het lijkt sterk op de veroorzaker van de massasterfte
onder dolfijnen die al 17 jaar aan de gang is. Destijds werd de
ziekte als eerste aan de kust van Valencia ontdekt. Daarop breidde
de ziekte zich uit over het hele Middellandse Zeegebied. Naar
schatting zijn sinds begin jaren negentig tussen de 4000 en 8000
dieren door het virus gestorven. Spaanse Middellandse Zee-deskundigen
vermoeden dat de veroorzaker van de ziekte onder dolfijnen door
een mutatie ook andere zeezoogdieren treft. |
| |